Page tree
Skip to end of metadata
Go to start of metadata

Op deze pagina wordt uitgelegd hoe u Provisie kunt gebruiken binnen uw school.

Provisie is de lichtkrant-applicatie van Zermelo Roostermakers. Het is een 'lightweight' applicatie, die bedoeld is voor het snel publiceren van roosterwijzigingen op monitoren in de organisatie. Provisie stelt u in staat om de wijzigingen voor een dag eenvoudig en snel om te zetten naar een presentatie, waarbij ondersteuning wordt geboden voor het gebruik van meerdere monitoren. 

Op deze pagina

Zie ook

Provisie installeren

Systeemeisen

Voor het gebruik van Provisie dient elk scherm binnen de school dat u wilt gebruiken als lichtkrant voorzien te zijn van een computer waarop het programma Provisie is geïnstalleerd. De pc dient minimaal te zijn voorzien van Windows Vista. Daarnaast moet de laatste versie van .NET framework zijn geïnstalleerd, welke te downloaden is op de site van Microsoft.

Installatie

Provisie wordt samen met de Zermelo-installatie geïnstalleerd. Zodra de installatie van Zermelo klaar is, vindt u in de installatiemap ook Provisie.exe. De toepassing Provisie.exe kunt u vervolgens kopiëren naar de computer of computers waarop u Provisie wilt gaan gebruiken.

Elk scherm waarop u provisie wilt gaan gebruiken dient gebruik te kunnen maken van de toepassing Provisie.exe.
Wanneer meerdere schermen binnen de school gebruik gaan maken van Provisie, heeft elk scherm een eigen installatie van Provisie nodig. Wanneer u op meerdere schermen dezelfde informatie wilt tonen, dan kunt u er ook voor kiezen om de schermen samen gebruik te laten maken van dezelfde installatie (bijvoorbeeld via een netwerkschijf). 

Wanneer Provisie geopend wordt en er instellingen gewijzigd worden, maakt de software een provisie.EIG. In dit bestand worden alle instellingen opgeslagen. Deze instellingen zijn dan geldig voor de Provisie.exe welke naast het .EIG bestand staat. Hierdoor heeft elk scherm wat gebruik maakt van deze Provisie.exe dezelfde instellingen. Indien u voor elk scherm andere instellingen wilt maken, heeft u hier dus een andere Provisie.exe en provisie.EIG voor nodig.

Verder kan het programma Provisie.exe automatisch worden opgestart door Windows, waardoor automatisch de presentatie begint te lopen. Uw systeembeheerder kan dit voor u regelen.

Provisie instellen

Voordat u gebruik kunt gaan maken van Provisie dient u het programma in te stellen voor gebruik. Hierbij moet u denken aan de verdeling van de wijzigingen over de schermen.
Hiervoor heeft u eenmalig een roosterwijzigingen-bestand nodig voor Provisie. Hoe u een exportbestand met roosterwijzigingen kunt maken, kunt u lezen in de handleiding Wijzigingen publicerenProvisie werkt met sleutelwoorden. Een sleutelwoord is een verzameling van een of meerdere stamklassen en/of groepen. Standaard wordt er voor elke afdeling een sleutelwoord aangemaakt waaronder alle groepen worden geplaatst. Wanneer u wilt werken met deze standaardinstelling hoeft u niets te doen. U kunt dan bij elke import aangeven dat de wijzigingsverdelingen moeten worden overgenomen uit het exportbestand. Wanneer u kiest voor een afwijkende indeling, bijvoorbeeld alle onderbouwklassen bij elkaar op één pagina, of een aparte pagina voor docenten, dan volgt u onderstaande stappen. De sleutelwoorden gebruikt u later om aan te geven op welke schermen welke sleutelwoorden getoond worden.

Open Provisie en lees het wijzigingenbestand in. Ga hiervoor naar Bestand > Importeer Wijzigingen. Er opent een wizard waarin u de roosterwijzigingen gaat importeren. Allereerst wordt u gevraagd of u de wijzigingen wilt importeren. U kiest hier voor Ja.

 

 

Daarna opent een scherm met daarin een overzicht van de verschillende afdelingen met daarachter de deelnemende stamklassen en groepen.

In dit voorbeeld zijn er vier afdelingen, waarbij achter elke afdeling de groepen vermeld staan. De sleutelwoorden kunt u naar eigen wens aanpassen door te klikken op de cel met het sleutelwoord. De cursor verschijnt en u kunt typen. Ook kunt u er voor kiezen om afdelingen samen te voegen. Hiervoor kopieert u de groepen achter de ene afdeling en plakt ze vervolgens achter de andere afdeling. U kunt makkelijk naar het einde van de opsomming van groepen gaan door te zorgen dat de cursor in de regel actief is (en de regel niet meer geselecteerd is). Hierna drukt u op de toets End op uw toetsenbord. U plaats een komma achter de laatste groep, daarna kunt u de gekopieerde groepen plakken. De sleutelwoorden die u niet meer wilt gebruiken, verwijdert u door de naam en alle groepen te verwijderen. 
Verder kunt u nog een speciale verdeling maken voor de docenten. Hierbij wordt er gesorteerd op de docent in plaats van de groep. Dit doet u door een sleutelwoord "DOC" aan te maken met de groep "DOC" daarbij.

De wijzigingsverdeling kan er dan zo uit zien:

U kunt hier ook per sleutelwoord zaken instellen. U kunt er voor kiezen om vervanglessen niet te tonen. Ook kunt u instellen dat een lege sheet automatisch niet getoond wordt op de beeldschermen. Als alle instellingen goed staan klikt u op OK
U krijgt dan een datumscherm waarin u kunt aangeven op welke datum u het ingelezen roosterbestand wilt zetten. Deze datum heeft niets te maken met de datum van de roosterwijziging. Dit is enkel een datum die bovenaan de sheets verschijnt. 
De wijzigingen zijn nu naar uw wens verdeeld in Provisie. 

In de volgende stap gaan we aangeven wat elke monitor moet tonen. Dit kan bij Opties > Verdeel over Monitoren. In het geopende scherm kunt u de monitoren namen geven. Achter de naam van de monitor geeft u aan welke sleutelwoorden u wilt tonen op de desbetreffende monitor, bijvoorbeeld "Onderbouw". Elke sheet die getoond moet worden moet voorzien zijn van een sleutelwoord. De roosterwijzigingen krijgen automatisch bij het inlezen al een sleutelwoord mee, maar wanneer u gebruik wilt gaan maken van een aparte mededelingensheet, dan moet u daarvoor ook een sleutelwoord gebruiken. Zo kunt u ook een aparte mededeling voor de onderbouw of bovenbouw maken, maar ook een mededeling die alleen voor docenten te lezen is. Elke type mededeling moet dan een apart sleutelwoord krijgen, wat u vervolgens dan weer invoert bij het aanmaken van de mededeling. 

De instellingen voor de monitoren staan nu correct ingesteld. De laatste stap van de installatie is de verschillende Provisie-installaties in te stellen, zodat het programma 'weet' welke monitor de installatie is. Dit doet u door Opties > Eigenschappen  te openen. Bij Naam vult u de naam in van een van de zojuist ingevoerde monitornamen.

Wanneer u gekozen heeft voor een aangepaste indeling van de monitoren, dan is het belangrijk dat u een vinkje plaatst bij Wijzigingsverdeling in bestand negerenDit om te voorkomen dat uw eigen gemaakte indeling weer wordt overschreven. Daarnaast kunt u er voor zorgen dat Provisie automatisch een roosterwijzigingenbestand opent bij het opstarten, door een vinkje te plaatsen bij Zoeken naar roosterwijzigingsbestanden bij opstarten. Mocht er dan een nieuwe versie van dit bestand beschikbaar komen, dan wordt automatisch de laatste versie getoond. U dient hiervoor het (netwerk)adres aan te geven waar het presentatiebestand (.XML) is opgeslagen. Tevens kunt u hier nog meerdere parameters instellen, bijvoorbeeld de weergaveduur van een sheet.  Al deze instellingen worden opgeslagen in het provisie.EIG bestand.

Wijzigingen en mededelingen publiceren

Nadat Provisie is ingesteld, kunt u roosterwijzigingen en mededelingen gaan tonen binnen de school. Hiervoor heeft u een roosterwijzigingenbestand nodig uit Zermelo. Hoe u een exportbestand kunt maken, kunt u lezen in de handleiding Wijzigingen publiceren. Bij Provisie kiest u voor Bestand > Importeer Wijzigingen. Er opent een verkenner-venster, waarin u het roosterwijzigingenbestand kunt aanwijzen. 


U krijgt een datumscherm waarin u kunt aangeven op welke datum u het ingelezen roosterbestand wilt zetten. Deze datum heeft niets te maken met de datum van de roosterwijziging. Dit is enkel een datum die bovenaan de sheets verschijnt. De sheets met de roosterwijzigingen per sleutelwoord worden aangemaakt. 

Een gemaakte sheet kunt u bewerken door te klikken op  . U kunt eventueel regels verwijderen of een extra opmerking toevoegen bij de sheet. Eventueel kunt u zelf nieuwe sheets toevoegen voor bijvoorbeeld het tonen van mededelingen binnen de school. Deze dienen dan ook een sleutelwoord te krijgen. Voor het aanmaken van een nieuwe sheet klikt u op . Klik vervolgens op  om de sheet te bewerken. Voer allereerst een sleutelwoord in. Standaard is het sleutelwoord Opmerking. Dit kunt u naar eigen wens aanpassen, evenals de titel (Headertekst) van de sheet en de datum. De mededeling kunt u invoeren bij Opmerkingen onderaan de sheet. 

Om een sheet te verwijderen klikt u op .

Nadat de presentatie klaar is, slaat u deze op bij Bestand > Opslaan als. Hierbij wijst u de locatie aan waar de presentatie opgeslagen kan worden. De presentatie wordt opgeslagen als "bestandsnaam.XML". De schermen binnen de school tonen nu automatisch uw laatste versie van de presentatie.

Wanneer u zelf de presentatie wilt bekijken, klikt u op . De presentatie wordt lokaal op uw computer opgestart.

Advies dagelijkse werkwijze binnen de school

Om te voorkomen dat u elke dag opnieuw sheets moet aanmaken voor de mededelingen, kunt u het beste bij het opstarten de presentatie openen van de vorige keer: Bestand > Openen. De oude presentatie wordt dan geopend. De sheets met de oude roosterwijzigingen verwijdert u en de sheets met de mededelingen laat u staan. Vervolgens kiest u voor Bestand > Importeer Wijzigingen. De nieuwe roosterwijzigingen worden toegevoegd als nieuwe sheets. U kunt hierna werken zoals eerder beschreven. 

  • No labels