Page tree
Skip to end of metadata
Go to start of metadata

Inleiding

Met telgroepen stuurt u aan hoeveel lessen naast elkaar geroosterd worden. Bij Randvoorwaarden telgroepen en lesverzamelingen hebben wij u uitgelegd hoe u zelf telgroepen aanmaakt. Met deze telgroepen kunt u veel situaties afdekken, door de telgroep het aantal lessen, lokalen, leerlingen, docenten, of andere leseigenschappen te laten tellen. Er zijn echter situaties waarin u meerdere eigenschappen tegelijkertijd wilt tellen. In deze situaties kunt u supertelgroepen gebruiken.

DESKTOP Roosteren > Roosteren Pro > Randvoorwaarden > Supertelgroepen


De geavanceerde mogelijkheden van de supertelgroepen zijn bedoeld voor ervaren Zermelo-roostermakers.

Instructievideo suptertelgroepen



Gladiator

Als u wilt roosteren met supertelgroepen in de Arena, heeft u gladiatoren nodig van versie 3.12 of hoger. Als u een eerdere versie van de gladiator heeft, moet u deze eerst updaten naar een nieuwere versie.

Supertelgroepen aanmaken

Supertelgroepen zijn telgroepen die meerdere telgroepen tegelijkertijd tellen. Als u gebruik wilt maken van supertelgroepen, moet u daarom altijd eerst de telgroepen aanmaken die aan de basis staan van de supertelgroep. Als u de gewone telgroepen heeft aangemaakt, kunt u de supertelgroep aanmaken.

U vindt de supertelgroepen in het Roosteren Pro scherm, in het menu Randvoorwaarden.

Om een supertelgroep aan te maken doet u het volgende:

  1. Klik op de knop <Toevoegen>
  2. In het venster Bewerk verzameling in Telgroepen selecteert u de telgroepen die u wilt tellen
  3. Sluit het venster af met het groene vinkje

Uw supertelgroep krijgt automatisch een uniek nummer als naam. Desgewenst kunt u uw supertelgroep een naam geven door de supertelgroep te selecteren en achter 'Naam voor uw supertelgroep:' in het witte vlak de naam te typen .

Er zijn een aantal basis instellingen die u invult als u een supertelgroep wilt gebruiken. Zo kiest u een berekeningstype, geeft u aan welke waarden zijn toegestaan en kent u strafpunten toe. Daarnaast kunt u elke telgroep een gewicht geven, als u gekozen heeft voor het berekeningstype 'Gewogen optelling'. Eventueel kunt u zelfs een verloopfactor opgeven, waarmee u kunt sturen dat situaties die meer afwijken van wat gewenst is meer strafpunten krijgen toegewezen.

U kunt kiezen uit 5 verschillende berekeningstypen:

  • Gewogen optelling: de supertelgroep kijkt naar de waarde per telgroep, waarbij u voor elke telgroep precies kunt aangeven welke waarden zijn toegestaan
  • Kleinste: de supertelgroep kijkt naar de telgroep met de kleinste waarde, dit kunt u bijvoorbeeld gebruiken als u ervoor wilt zorgen dat tenminste één van de telgroepen geen les heeft op een positie
  • Grootste: de supertelgroep kijkt naar de telgroep met de grootste waarde, dit kunt u bijvoorbeeld gebruiken als u ervoor wilt zorgen dat de telgroepen met de meeste ingeroosterde lessen op een positie een bepaalde waarde heeft
  • Aantal gevuld: de supertelgroep kijkt alleen of een telgroep les heeft op een positie en let daarbij niet op het aantal lessen, dit kunt u bijvoorbeeld gebruiken als u ervoor wilt zorgen dat 2 van de 3 telgroepen ingeroosterd moeten worden op een positie
  • Verschil grootste-kleinste: de supertelgroep kijkt naar het verschil in aantal tussen de telgroepen, dit kunt u bijvoorbeeld gebruiken als u ervoor wilt zorgen dat er evenveel lessen op een positie worden ingeroosterd in beide telgroepen.

Als u kiest voor het berekeningstype 'Gewogen optelling' dan krijgt u de optie om een gewicht toe te kennen aan elke telgroep in de supertelgroep. Bij twee telgroepen kiest u voor de gewichten 1 en 10, bij drie telgroepen kiest u voor de gewichten 1, 10 en 100. Een waarde van 13 betekent dat telgroep x 1 keer voorkomt en telgroep y 3 keer. Een waarde van 402 betekent dat telgroep x 4 keer voorkomt, telgroep y 0 keer en telgroep z 2 keer. Zo kunt u beïnvloeden welke aantallen (waarden) van een telgroep zijn toegestaan en kunt u ervoor zorgen dat bepaalde combinaties van telgroepen worden ingeroosterd.

De verloopfactor staat standaard ingesteld op 10. Een verloopfactor van 1 doet niks, de strafpunten blijven dan gelijk bij alle ongewenste waarden. U vult een hogere waarde in als de strafpunten hoger moeten worden als de situatie meer afwijkt van de gewenste waarden.

Voorbeelden

Hieronder geven wij u een aantal voorbeelden waarvoor u supertelgroepen kunt gebruiken en hoe u deze telgroepen inricht.

1. Lessen Lo-bovenbouw en Lo-onderbouw mogen niet tegelijkertijd plaatsvinden

Er zijn pesterijen in de kleedkamers. De school heeft gemerkt dat deze situatie voornamelijk ontstaat als een onderbouw en bovenbouw klas tegelijkertijd gebruikmaken van de kleedkamers. Daarop besluit de school dat de onderbouw en bovenbouw niet meer tegelijkertijd Lo-les mogen krijgen.

  • U maakt de telgroepen 'loBovenbouw' en 'loOnderbouw' aan via Structuur > Telgroepen en lesverzamelingen inrichten
  • Ga naar Randvoorwaarden > Supertelgroepen
  • U klikt op <Toevoegen> om een nieuwe supertelgroep aan te maken
  • In het venster dat opent klikt u de telgroepen 'loBovenbouw' en 'loOnderbouw' aan om deze te koppelen aan de supertelgroep
  • U kiest in het hoofdscherm Super Telgroepen voor het berekeningstype 'Kleinste'. De supertelgroep kijkt nu naar de kleinste waarde van beide telgroepen
  • De telgroepen 'loBovenbouw' en 'loOnderbouw' staan onder elkaar. De supertelgroep kijkt naar de score in elk van de telgroepen en neemt de kleinste waarde over
  • De kleinste waarde mag maximaal 0 zijn. U vult bij 'Toegestaan' de waarde 0 in en vult het gewenste aantal strafpunten in bij 'Strafp. als niet toegestaan'

  • Sluit het venster met het groene vinkje en optimaliseer het rooster met de automaat van uw keuze
  • De automaat heeft de lessen zo verplaatst dat de onderbouw en bovenbouw nooit tegelijkertijd gymles hebben.


2. Onderbouw en bovenbouw mogen tegelijkertijd Lo-les hebben, maar mogen geen gebruik maken van dezelfde kleedkamers

Dit voorbeeld borduurt voort op het eerste voorbeeld. De school heeft 4 gymzalen, waarvan er steeds 2 naast elkaar liggen. Elk tweetal gymzalen heeft zijn eigen gezamenlijke kleedruimtes. Dit betekent dat de enige situatie die NIET mag voorkomen, is dat er één onderbouw naast 3 bovenbouwgroepen Lo heeft, of één bovenbouw naast 3 onderbouwgroepen. Als er in totaal maar 3 klassen tegelijkertijd les hebben gaat het altijd goed.

  • Met een gewone telgroep regelt u dat er maximaal 4 lessen Lo tegelijkertijd plaatsvinden
  • U maakt een nieuwe supertelgroep aan met <Toevoegen> en selecteert de betrokken telgroepen
  • U kiest u voor het berekeningstype 'Gewogen optelling'
  • Bij de supertelgroep zet u het gewicht voor telgroep 'loBovenbouw' op 10 en voor 'loOnderbouw' op 1
  • De enige NIET toegestane waarden zijn nu 13 en 31 omdat in die gevallen er 1 boven- en 3 onderbouw lessen staan, respectievelijk 3 boven- en 1 onderbouw
  • U vult daarom bij toegestane waarden 0-12,14-30,32- in en u vult het aantal strafpunten in als niet aan de voorwaarde wordt voldaan

  • U zet de automaat aan om het rooster kloppend te krijgen met de supertelgroep.


3. Fitness-ruimte is alleen beschikbaar voor de bovenbouw

Dit voorbeeld is een variant op het vorige voorbeeld. De school heeft 5 ruimtes voor bewegingsonderwijs. Er zijn 4 echte gymzalen en er is 1 fitnessruimte. De fitnessruimte mag alleen gebruikt worden voor lessen van de bovenbouw, maar de leerlingen in de bovenbouw moeten ook de mogelijkheid hebben om een reguliere gymles te krijgen in een gewone gymzaal. Daarom is het onwenselijk dat er 4 onderbouwlessen en 1 bovenbouwles tegelijkertijd ingeroosterd zijn, want dan zouden de bovenbouw leerlingen altijd naar de fitnessruimte moeten. Bij een volledige bezetting moeten er in ieder geval 2 bovenbouw lessen ingeroosterd worden, zij kunnen dan met elkaar van lokaal ruilen.

  • Met een gewone telgroep regelt u dat er maximaal 5 lessen Lo tegelijkertijd plaatsvinden
  • U maakt een nieuwe supertelgroep aan met <Toevoegen> en selecteert de betrokken telgroepen
  • U kiest u voor het berekeningstype 'Gewogen optelling'
  • Bij de supertelgroep zet u het gewicht voor telgroep 'loBovenbouw' op 10 en voor 'loOnderbouw' op 1
  • De toegestane waarden zijn nu 0-4, 10-13, 20-23, 30-32, 40-41 en 50
  • U vult de toegestane waarden en de bijbehorende strafpunten in

  • U zet de automaat aan om de telgroepen te optimaliseren, zodat het rooster klopt met de supertelgroep.


4. Sportoriëntatie voor examenklassen parallel roosteren

Leerlingen die in hun eindexamenjaar zitten, krijgen een speciaal sportprogramma. Daarvoor is het noodzakelijk dat er minimaal 2 eindexamenklassen tegelijkertijd ingeroosterd worden en niet meer dan 4. Bovendien mogen de lessen voor sportoriëntatie alleen in de ochtend plaatsvinden.

  • U maakt een gewone telgroep aan voor de Lo-lessen van de eindexamenklassen
  • U maakt een nieuwe supertelgroep aan met <Toevoegen> en selecteert de zojuist aangemaakte telgroep
  • U kiest voor voor het berekeningstype 'Gewogen optelling'
  • Het gewicht van de telgroep laat u op 1 staan
  • De toegestane waarden zijn 0 en 2-4 in de ochtend, in de middag is alleen de waarde 0 toegestaan, deze vult u in
  • U voert vervolgens de strafpunten als niet toegestaan in

  • Met de automaat optimaliseert u het rooster om te zien of de supertelgroep doet wat hij hoort te doen.


5. Brugklassen tegelijkertijd les wiskunde met remedial teacher

De school heeft een experiment bedacht, waarbij elke brugklas gegarandeerd één uur samen met 2 of 3 andere klassen wiskunde les heeft, zodat de docenten dat uur kunnen gebruiken om leerlingen te herverdelen op behoefte aan extra hulp of behoefte aan extra uitdaging. Daarnaast is er op die uren ook een remedial teacher beschikbaar om leerlingen extra te ondersteunen.

  • Maak een telgroep waarin u van elke brugklas precies één les wiskunde selecteert
  • Maak een telgroep van 5 losse groepsloze lessen van de remedial teacher
  • Maak een supertelgroep met <Toevoegen> van de bovenstaande telgroepen

  • Maak nu een gewogen optelling van de hulpdocent (BrugExpWih) met gewicht 10 en de gewone lessen met gewicht 1. De bedoeling is nu dat alleen de waarden 0, 12 en 13 toegestane waarden zijn
  • Ken de gewenste strafpunten toe per positie

  • De hele constructie is nu gemaakt en kunt u mee roosteren in de automaten.

Bij dit soort zaken is één van de moeilijkheden wel dat als eenmaal deze constructie staat, hij moeilijk nog van zijn plaats gehaald kan worden.

Naar een slimmere werking van de automaten op dit punt wordt nog gezocht. In het algemeen is het zo dat als hier problemen mee zijn omdat dit andere wijzigingen tegen houdt, u beter de strafpunten hiervoor in eerste instantie niet te hoog kan zetten.


6. Dalton light

We willen van elk van de 16 brugklassen één les Engels, één les Nederlands en één les wiskunde markeren en zo roosteren, dat de lessen op 16 posities komen met op elke positie één les en, één les ne en één les wi. Dit is aan te sturen met gewone telgroepen, maar met supertelgroepen is het makkelijker deze constructie te maken, waarbij de telgroepen bovendien veel overzichtelijker onder elkaar staan.

  • U markeert bij elke brugklas van de vakken Engels, Nederlands en wiskunde één les met een extra eigenschap in het lesdomein
  • Maak telgroepen van de gemarkeerde brugklaslessen Engels, Nederlands en wiskunde, zorg ervoor dat u per vak een telgroep heeft
  • U maakt nu een supertelgroep aan via <Toevoegen> met daarin deze telgroepen
  • Kies voor het berekeningstype 'Gewogen optelling'
  • U geeft de telgroepen de gewichten 100, 10 en 1
  • Bij 'Toegestaan' geeft u de waarden 0 en 111 op
  • U vult als laatste de strafpunten in
  • De automaat zal nu proberen om de lessen te bundelen op een aantal posities, waardoor de lessen onder elkaar komen te staan.


Dalton light met verschil grootste-kleinste

Deze situatie zou u ook met een supertelgroep van het berekeningstype 'Verschil grootste-kleinste' kunnen regelen, mits u toestaat dat 2, 3 of meer lessen van elke les ook is toegestaan. U geeft dan op dat het verschil tussen de telgroepen 0 mag zijn. Zodra er een verschil is, dus een telgroep binnen de supertelgroep die meer of minder lessen op een positie heeft dan één van de andere telgroepen, krijgt u strafpunten. Het strafpunten verloop zal wel anders zijn dan bij een 'Gewogen optelling'.



7. Studiezaal bezetting met docent voor de onderbouw 

Klassen in de onderbouw hebben 1 keer per week een studiezaal uur. Als een klas ingeroosterd staat voor deze studiezaal, moet er ook een willekeurige docent ingeroosterd worden uit een verzameling docenten.

  • U zorgt ervoor dat alle onderbouw klassen een uur studiezaal lessen hebben zonder docent en dat de docenten uit de verzameling een les studiezaal hebben zonder klas
  • Vervolgens maakt u een telgroep aan voor de studiezaal lessen van de klassen zonder docenten en u maakt een telgroep aan voor de studielessen van docenten zonder de klassen

  • U voegt de telgroepen voor de studiezaal toe aan een supertelgroep met <Toevoegen>
  • Als berekeningstype kiest u 'Verschil grootste-kleinste', waarbij u aangeeft dat het verschil tussen beide alleen maar 0 mag zijn
  • U geeft aan welke strafpunten de software moet toekennen als het rooster niet aan de supertelgroep voldoet
  • Als u nu de automaat aanzet, ziet u dat de automaat de docenten tegelijkertijd met de klassen in roostert en het aantal lessen van docenten en klassen gelijk houdt per positie


8. Veel leerlingen niet actief bij de les, dan meer docenten inroosteren op het leerplein en andersom 

U kunt met een (gewone) telgroep tellen hoeveel leerlingen op dat moment actief zijn. Zitten er veel leerlingen in de les, dan heeft u ook minder docenten nodig die bijvoorbeeld op het leerplein ingeroosterd staan. Zijn er echter minder leerlingen bij de les, dan wilt u dat er meer docenten ingeroosterd staan op het leerplein, omdat er dan (waarschijnlijk) ook meer leerlingen op het leerplein zullen zijn. Een telgroep kan niet tellen op iets wat er niet is, dus hij kan niet tellen op leerlingen die niet actief zijn. Een telgroep kan wél leerlingen tellen die wél actief zijn.

In het onderstaande voorbeeld kunnen alle V5 leerlingen extra ondersteuning krijgen. Er zitten in deze V5 afdeling 136 leerlingen.  Wanneer er 98 leerlingen actief zijn, betekent dit dat 38 leerlingen niet actief zijn en naar het leerplein kunnen gaan. Als we voor iedere 25 leerlingen die naar het leerplein kunnen gaan 1 docent (= 1 les) willen inroosteren en we geven de docenten bij de gewogen optelling de waarde 1000, dan kunt u met wat rekenwerk, precies uitrekenen welke waarden allemaal toegestaan zijn.

Voor bovenstaand voorbeeld gelden dus onderstaande gegevens:

Aantal leerlingen lesAantal leerlingen vrijAantal lessen benodigdWaarde voor supertelgroep
130611130 (1*1000 lessen)+ 130*1 leerlingen les)
136011136
1112511111
617533061
855133085
1012666010
013666000

U telt het aantal leerlingen dat les heeft om zo uit te rekenen hoeveel leerlingen geen les hebben op dat moment. Op het 4e uur zijn er 76 leerlingen in de les , dat betekent dat er 60 leerlingen niet actief zijn en dat we dus 3 docenten nodig hebben op het leerplein.

U volgt de volgende stappen om dit te realiseren met een supertelgroep.

  • Maak 2 telgroepen aan, eentje om de leerlingen van V5 te tellen en de tweede om docenten op het leerplein in te roosteren
  • Maak een supertelgroep met <Toevoegen> van de twee telgroepen
  • Kies voor het berekeningstype 'Gewogen optelling'
  • Geef de telgroepen met de leerlingen het gewicht 1 en de telgroep met de docenten gewicht 1000
  • Bij 'Toegestaan' geeft u de waarden op zoals we die hebben hierboven hebben berekend
  • Vul als laatste de strafpunten in
  • De automaat zal nu proberen om de lessen van de docenten aan te passen op het aantal leerlingen.


Tip

U kunt dus de ene telgroep laten tellen op het aantal leerlingen, terwijl u de ander telgroep laat tellen op het aantal lessen!



Trefwoorden

Supertelgroep, overkoepelende telgroep, aantal lessen op een positie sturen, super-telgroepen, super-telgroep

  • No labels