Pagina-navigatiestructuur
Spring naar het einde van metadata
Ga nar het begin van metadata

We werken hier twee voorbeelden uit:

  • het zwangerschapsverlof is bezig bij de start van het schooljaar
  • het zwangerschapsverlof start pas later, tot die tijd werkt de docent de normale omvang


Voorbeeld 1

Situatie:

  • docent heeft een aanstelling in de planning van 0,8 fte.
  • verlof loopt van juni tot en met 15 oktober
  • na die periode wil de docent 0,6 fte gaan werken en 0,2 fte als ouderschapsverlof opnemen

Uitwerking:

  • we splitsen het zwangerschapsverlof op in twee stukken: 
    • 0,2 fte in de planning
    • 0,6 fte in het onderhoud
  • het ouderschapsverlof zetten we er in als planning: 0,2 fte
  • de formatiebeheerder weet dat hij het hele jaar deze docent voor 0,2 fte moet laten overnemen. Deze lessen kan hij in de planning meenemen. Diegene die deze lessen gaat draaien krijgt een tijdelijke aanstelling in de planning, voor de vervanging van deze vrouw.
  • tot aan 15 oktober moet hij voor de overig 0,6 deze docent laten vervangen.  Deze vervanger krijgt een aanstelling van 0,6 in het onderhoud. De oorspronkelijke docent blijft voor deze 0,6 fte formatietechnisch verantwoordelijk.
  • In schema krijgen we het volgende:

Voorbeeld 2:

Situatie:

  • docent heeft een aanstelling in de planning van 0,8 fte.
  • verlof loopt van 15 oktober tot begin februari
  • na die periode wil de docent 0,6 fte gaan werken en 0,2 fte als ouderschapsverlof opnemen

Uitwerking:

  • de docent start met alle eigen uren
  • tijdens het zwangerschapsverlof worden alle uren vervangen
  • tijdens het ouderschapsverlof wordt er voor 0,2 fte aan uren vervangen

Verschil met voorbeeld 1:

  • in voorbeeld 1 kun je het hele jaar structureel 0,2 fte inzetten in de planning. Er hoeft voor een deel van de uren geen vervanging te komen. Dit is dus sneller werken.
  • in voorbeeld 2 ben je niet afhankelijk van de start van het eerste verlof.

  • Geen labels